Boventonen en electronica
Een misvatting is dat elektronische instrumenten niet werken bij healing omdat ze te arm zijn aan boventonen. Dit is enigszins begrijpbaar, omdat de huidige mens vaak in een omgeving functioneert die gedomineerd is door elektronische apparatuur en de persoon nood heeft om terug te keren naar het puur mechanische en eenvoudige. Toch is deze opvatting verkeerd. De eerste elektronische instrumenten waren inderdaad arm aan boventonen, maar iedereen die klanken samenstelt voor synthetisizers, weet dat hij de klant moet voorzien van talrijke boventonen om een mooie klank te bekomen die hij kan gebruiken of zelfs verkopen.
Toonhoogte is meetbaar, frequentie genaamd en uitgedrukt in Herz. Herz is het aantal trillingen per seconde. 100 Hz is dus 100 x heen en weer trillen op één seconde tijdsverloop. Tragere trilling is lagere toonhoogte. Wij kunnen horen tussen de 16 en 25000 Hz. De meeste mensen horen slechts tot 10000 Hz. Geluidsgolven boven 25000 noemen we ultrasonisch. Onder de 16 heet het extra lage frequentie (ELF). De laagste pianonoot is 27,5 Hz, de hoogste 4186 Hz.
De la of A wordt tegenwoordig op 440Hz gestemd. Sommige orkesten spelen op 441 of 442Hz opdat dit briljanter klinkt want de instrumenten staan dan onder een hogere spanning. In de renaissance was diezelfde A op 415Hz gestemd (klinkt dus voor ons een halve toon lager of dus als sol kruis of Gis) en bij Mozart op 432Hz. (De uitspraak dat Mozartmuziek helender zou zijn indien het op de toonhoogte van toen gespeeld wordt, vinden we onzin. Zoals ook via channeling werd gezegd, moet de mens de muziek horen op de toonhoogte die hij gewoon is. We weten ook niet of de muzikanten en het publiek van vroeger hadden gekozen voor hogere stemming, als er toen al stalen snaren hadden bestaan.)
Pythagoras ontdekte de verhoudingen met zijn monochord, een instrument met één enkele snaar. Als je de snaar in 2 deelt, heb je dubbel zoveel Hz. In drie stukken bekom je driemaal zoveel. Op die manier bekom je de boventonen. In de muziekleer kennen we het octaaf, dat is de helft van de lengte, een kwart is een verhouding 4:3, kwint 3:2, terts 5:4.
© Gerda Abts & Johan Framhout 2010 |