home - werkwijze - instrumenten - geluidspatronen - boventonen - klankreis - kwantum - mandala's - lectuur - contact - kalender - links
 
Mandala
 

Wat zijn mandala's?

Een mandala is een figuur gecentreerd rond een middelpunt, en opgebouwd in veelvoudige symmetrieën. Het is afkomstig uit het Indische hindoeisme, wellicht zelfs van nog oudere matriarchale culturen. Later werden ze door het noordelijke boeddhisme overgenomen en gebruikt als middel tot meditatie. C.G. Jung gebruikte mandala's om patiënten te genezen. Hij had ontdekt dat ze in alle culturen voorkwamen, alsook in onze dromen. Hij betitelde ze als een archetype met als basis de gekwadrateerde cirkel. Sindsdien blijven mandala's gebruikt worden om tot een gevoel van innerlijke eenheid te komen, zonder een van onze polen te onderdrukken of te ontkennen. Daartoe kunnen wij onze eigen mandala ontwerpen, of een gemaakte mandala een tijdlang bekijken en in ons laten doorwerken.


Symmetrie

De oorspronkelijke mandala is een abstracte compositie van figuren, rond een middelpunt gecentreerd, met een zekere symmetrie: vierzijdig, vijf-, zes-, zevenzijdig of meer. Geometrische figuren zijn er duidelijk in herkenbaar: vaak een cirkel, of vierkant, driehoek, veelhoek, ster, ellips, eivorm, of diverse vormen van spiralen. Vele hedendaagse mandala's wijken af van dit concept, maar gebruiken die oorspronkelijke constructie nog steeds als uitgangspunt blijft. Geometrische figuren kunnen vervormd zijn, bijvoorbeeld als een "draaiende" vorm, of met de hoeken afgerond, in golvende of in hoekige lijnen, enz…. Er kunnen beeldende elementen toegevoegd zijn.

Geschiedenis

Mandala's vinden we voor het eerst in India, reeds meer dan 1000 jaar voor onze tijdrekening. Aanvankelijk waren het eenvoudige constructies van concentrische kleurcirkels. Gestileerde vormen van mandala's zijn nog ouder en vinden we overal ter wereld terug, bijvoorbeeld in woningen, in gebruiksvoorwerpen of in textielpatronen. Ze spelen een belangrijke rol in tal van culturen, bijvoorbeeld in de Keltische vlechtpatronen. In het hindoeïsme en het tantrische boeddhisme werden ze gebruikt voor meditatieve doeleinden. C. G. Jung zag de mandala als een archetype en wees op de aanwezigheid ervan in onze dromen, alsook in diverse godsdienstige ornamenten, Oosterse zowel als westerse, in de alchemie en de gnostische religies. Hij ontdekte dat zij een genezende kracht hadden op zijn patiënten. Hij vroeg hen om zelf hun eigen mandala te schilderen.

Hoe bekijk je mandala's?

Het schilderen, inkleuren, of enkel het bekijken van mandala's heeft op ieder van ons een heilzame invloed. Wellicht heeft dit o.a. te maken met de werking van ons brein. Het bekijken van een mandala maakt jezelf terug tot een geheel, alsof alle beslommeringen, verlangens, vreugde en pijn worden gezien als gevoelsfiguren rond eenzelfde middelpunt. Zo ervaar je ook eenheid in je innerlijke tegenstrijdigheden. Elke mandala heeft een andere uitwerking op je. Er zijn er die energie geven, je bewust maken van je kracht of je in actie brengen. Of andere die je naar je diepste diepte brengen, of je koesteren in geborgenheid. Sommige mandala's zijn heel rustgevend, maar dat hoeft niet. Er zijn ook drukke mandala's die toch een goed gevoel geven: levenskracht of uitbundigheid, openheid naar de buitenwereld of naar anderen.
Wat je voelt bij het zien of het maken van een mandala is erg subjectief. Neem dus je tijd om zelf na te gaan wat jij voelt, eerder dan je door een titel of een beschrijving te laten leiden. Zet je en bekijk rustig een tijdje je mandala. Hou je focus net naast het middelpunt, doch bekijk zo het geheel.

Meer over Jung en mandala's:

In zijn boek over "Psychologie en alchemie" (Collected works vol. 12: Psychologie and alchemy, p.96 tot 223: The symbolism of the mandala, Routledge & Kegan Paul) verhaalt Jung dromen van een cliënt en becommentarieert ze. Hij duidt ook telkens op overeenkomsten met alchemie of andere religies. In die dromen komen heel veel mandala's voor. Hieruit leidt Jung af dat de mandala een archetype is, dat spontaan in onze dromen opduikt. Als basis ziet hij de gekwadrateerde cirkel: een cirkel met twee loodrecht kruisende middellijnen, of een vierkant, of beide. Voor Jung stellen zij tegenstellingen voor in onze persoonlijkheid. De vier polen kunnen zijn: intellect, gevoel, intuïtie en zintuiglijke waarneming. Deze polen zijn vaak in conflict met elkaar (vb. gevoel contra verstand), en dat uit zich in de dromen. De mandala helpt de dromer om zijn persoonlijkheid terug te kunnen ervaren als een geheel en werkt zodoende helend. De cirkel wijst op de eenheid, hij brengt de polen in een goede relatie met elkaar. Als één van de vier polen overheerst, belemmert dat de ontwikkeling van de persoonlijkheid (het individuatieproces). Het centrum van de mandala kan licht zijn of duister. Het kan wijzen op het eeuwige, tijdloze, de "ene", de prima materia, de onnoembare, of de duizend-namige, het 'zelf' of de lapis. Of het is het onbekende, het collectief onbewuste. Genezing komt niet door weg te vluchten van het conflict (van de innerlijke tegenstellingen), doch door volledige overgave aan het centrum. In onze dromen hebben mandala's vaak de gestalte van een plein, tuin, labyrint, huis of tempel.
In zijn verhandeling "over de mandalasymboliek" (Gesammelte Werke 9: Die Archetypen und das kollektive Unbewusste, p. 373 tot 424: über Mandalasymbolik. Walter Verlag) beschrijft Jung de bewuste toepassing van mandala's in verschillende culturen. Het woord mandala komt van het Sanskriet en betekent "kruis". Het is in India vooral een vrouwengeheim en dat wijst op een herkomst in oeroude matriarchale culturen. Het oude boeddhisme (hinayana) kende het niet, maar het latere boeddhisme (mahayama) nam het van de Hindoes over. In de religie liggen de figuren en de betekenis van de mandala vast, maar er wordt verondersteld dat de grootste uitwerking van meditatie op een mandala, in het onbewuste vlak ligt (magie). Bij de Hindoes stelt het centrum vaak Siva voor, in de vorm van een punt of in omarming van zijn geliefde Shakti. Hier is de schepping ontstaan, uit de vereniging van de tegenpolen.
We zien heel wat verschillende uitbeeldingen in deze religies: kruis, bol, ei, bloem in kruisvorm (roos, lotus), rad, zon, ster, roterende kruisen of bollen (swastica), gekwadrateerde cirkel of vierkant, slot, stad, hof, ogen, pupillen, iris, spiralen… Drie- of vijfhoekige figuren zijn zeldzaam.

We hoeven niet op steeds dezelfde manier een mandala te interpreteren. Vermits het een beeld is uit ons onbewuste valt het trouwens niet uit te leggen, want anders zou het niet als droombeeld bestaan, als uiting van het onbewuste. Jung stelde een bepaalde vorm van mandala centraal, om illustratie te zijn voor zijn ideeën over het collectief onbewuste en het individuatieproces.
In het religieus gebruik kan een mandala een totaal andere betekenis hebben dan in een droom. In de droom is het centrum het onbekende of onkenbare, in de religie wordt dit het ideaal. De vier of acht polen worden de wegen om dit ideaal te bereiken. In een cultuur dient een mandala ook om de orde te symboliseren: alle wetten, waarden, taboe's,.. krijgen een juiste plaats ten opzichte van het midden, het grote ideaal. Deze mandala's zijn heel streng gestructureerd.
Er zijn in diverse culturen echter ook andere mandala's te vinden: vijf- of zevenhoekig, draaiende, vervormde, openspringende… Deze mandala's zijn een spontanere uiting van onze psyche en hebben wellicht elk een eigen betekenis. Zij doorbreken het gevestigde, laten ons experimenteren en zoeken, dansen, de chaos verkennen… zonder het centrum te verliezen. Deze figuren zijn vaak veel dynamischer en energieker. Zij zijn het bruisende leven, tegenover het geslotene van de cirkel, driehoek of vierkant. Priemgetallen (bij veelhoeken, sterren, spiraalarmen..) maken de figuur onverdeelbaar, onoverzichtelijk en onbepaalbaar. Ik hou van deze "verstorende" mandala's. Ik hou ook van het samenspel van beide "types": geordend of structuurdoorbrekend. Mandala's zijn voor mij leven, het middelpunt is de levensbron, en laat dat maar onbekend en mysterieus blijven.
Laten we niet vergeten dat het grote belang van een mandala ligt in de uitwerking op ons, en niet in de interpretaties ervan. Het hoeft ook niet zo verheven te zijn: het spel van lijnen en vormen, de schoonheid van de simpele of vernuftige constructies, is voor mij al volop genoeg om ermee bezig te zijn.

Lectuur:

C.G.Jung, Psychology and alchemy, The collected works of C.G.Jung, volume 12, Routledge en Kegan Paul, 1968.

C.G.Jung,, Die archetypen und das kollektive Unbewusste, C.G.Jung, Gesammelte Werke, neunter Band, Walter-Verlag Olten und freiburg im Breisgau

Het specifieke van de mandala's van Johan Framhout:

Mandala's kunnen ook met computerprogramma's gemaakt worden. Ook het bekijken van dergelijke mandala's heeft een genezende uitwerking. Johan Framhout construeert mandala's in een authentieke schoonheid. Hij verkiest geen figuratie te gebruiken; geen hartjes, vlindertjes, engeltjes... Vaak zijn er wel gelijkenissen met elementen uit de natuur, omdat veel dingen in de natuur nu eenmaal groeien vanuit een middelpunt en omdat symmetrieën inherent zijn aan leven. Vele bloemen bijvoorbeeld zijn, van bovenaf bekeken, op zichzelf reeds mandala's.
Zijn kunst is geen concept-art, niet in de trant van: die cirkel staat voor dit, en die driehoek symboliseert dat… De mandala's zijn intuïtief gemaakt, en dienen ook zo bekeken te worden. Zij werken direct in op het onderbewuste, en bewerkstelligen van daaruit hun transformatie in de observeerder. Zo heeft de die zelf de vrijheid zijn(haar) eigen concept in de figuren te zien, overeenkomstig met wat hij(zij) voelt.
Alle mandala's zijn origineel. Zij werden digitaal geconstrueerd in complexe processen. Het was voor de ontwerper een aangename verrassing te merken hoe het construeren met de computer eveneens die innerlijke transformatie in hemzelf teweegbrengt.
Enkele mandala's zijn te bekijken op de site Art7D.
Hieronder en bovenaan voorbeelden.

© Johan Framhout 2008

 

Voorbeeld van een eenvoudige mandala, zoals zij al minstens 3000 jaar in India worden geschilderd. Toch is dit hedendaags, met kleurpotlood.

Voorbeeld van een mandala met symmetrie en symmetriedoorbrekend

Deze Tibetaanse tanka bevat een mandala die de levenscycli voorstelt. Dit is een voorbeeld van een intellectuele mandala. via figuren en symbolen wordt er een inzicht gegeven in de Tibetaanse goden- en bodhistwawereld, de wedergeboorte, enz...

Twee Tibetaanse monniken maken een mandala in zand af.

Een 13de eeuwse christelijke mandala: Christus als bron van de vier rivieren van het paradijs, de evangelisten, de kerkvaders, deugden, enz...

Deze mandala uit de alchemie stelt de Hermetische transformatie voor: de homo philosophicus mercurius.

Rosetraam van de kathedraal van Chartres.

Keltische broche.

Vele bloemen zijn ook mandala's. Daarom genieten we niet enkel van het zicht, het bekijken heeft ook een genezende uitwerking.