De
Napolitaanse mandoline in het onderwijs in België:
Gerda
Abts geeft les in de volgende muziekacademies van het deeltijds
kunstonderwijs:
Stedelijke
Academie voor Muziek, Woord en Dans, Gasthuisvest 50 te 2500 Lier,
tel. 03 480 45 79 en in de afdeling Ranst; directeur Fr. Mariën.
Gemeentelijke Academie voor Muziek en Woord, Bergenstraat te 2110
Wijnegem, tel. 03/3537541, directeur L. Moons.
Gemeentelijke Academie voor Muziek en Woord, Ploegsebaan 144 te
2930 Brasschaat, tel. 03 663 09 90; directeur W.Wouters
De
Napolitaanse mandoline in het onderwijs:
speelwijze en instrument.
De
mandoline bestaat historisch reeds lang, maar in de academie is
het een jong instrument: weinig kinderen kennen het.
Het
is dan ook zeer belangrijk dat ze het juist leren. Bij een foutieve
speelwijze krijgt men een verschrikkelijke toonvorming. Hierdoor
heeft de mandoline in het verleden dikwijls een slechte naam gekregen.
Zelfs op plaat en CD zijn er nog weinig mooie muzikale opnamen te
koop. Nu de mandoline erkend is geworden, kan daarin verandering
komen als de leraars goed opgeleid worden en veel aandacht geven
aan de toonvorming en muzikaliteit. De leerling moet een muzikaal
voorstellingsvermogen ontwikkelen en de klankvariëteiten van
zijn instrument leren kennen.
Om
tot goede resultaten te komen heeft men een goed bespeelbaar instrument
nodig:
- de mensuur mag niet meer zijn dan 33 cm;
- de toets moet minstens 28 mm breed zijn;
- de snaren mogen niet te ver van de toets liggen: de kracht om
2 metalen snaren in te drukken is reeds groot;
- de afstand tussen de koren moet overal hetzelfde en niet te klein
zijn om een gelijkmatig spel te kunnen krijgen: 9 mm aan de kam,
en 4 mm aan de brug;
- de afstand tussen de snaren binnen een koor mag niet te groot
zijn: namelijk 2 tot 3 mm.
Het
plectrum is doorslaggevend voor een goede toonvorming. Een goed
plectrum is dus vereist vanaf het begin.
Het
moet:
- goed geslepen zijn;
- hard, maar toch een beetje elastisch zijn (best een Rolandplectrum
uit kunststof gemaakt). Zachte, slappe plectrums spelen schijnbaar gemakkelijk
maar men krijgt geen gevoel actief de toon te beïnvloeden.
Bovendien veroorzaken ze veel bijgeluiden zoals krassen en kletteren.
De
Napolitaanse mandoline heeft dezelfde kwintstemming (g, d', a',
e") als de viool. Hierdoor kunnen naast de originele mandolinestudieboeken
en het originele mandoline-repertorium ook technische oefeningen
van de viool gebruikt worden.
© Copyright Gerda Abts 1993 |